Dit is pas dag drie en what a struggle it has been…
Het zit zo: een eetstoornis ontwikkelt zich van vriend naar werkgever naar dictator. Op het moment dat je je beseft dat je op niveau dictator zit, en je een revolutie in gang zet om de dictator ten val te gaan brengen – door bijvoorbeeld vriendinnen en familie in te schakelen en hulp te zoeken, wordt de dictator een meerkoppige draak. Die vuur gaat spugen als jij weigert te doen wat hij zegt.
Maar om bij het begin te beginnen, ietsjes honger hebben door steeds gewoon nét iets minder te eten dan je gebruikt gaf mij lange tijd een goed gevoel. Ik was fit. Ik at best veel trouwens, want ik sportte ook veel. Maar ik liet er grote tussenpozen tussen, en at nooit tot ik helemaal vol zat. Zo bleef ik altijd een beetje trek houden. Dat beetje trek was prettig, want dan voelde ik al die andere dingen wat minder sterk. Er zijn nogal veel andere dingen (dode moeders, alles wat je zelf als moeder van en voor je kinderen voelt, de liefde), en ik ervaar alles altijd nogal sterk. Ik vond het dus best handig, en het “hongerige” en het steeds veel aan het doen zijn was lange tijd een soort van vriend die een randje van mijn overgevoeligheid af haalde. Kijk, hij kijkt best aardig, ook nu er nog een puntje van zijn petje is gebroken (we zijn immers in gevecht):

De lachende dictator (met een scherfje van zijn pet)
Geleidelijk aan werd ik wat dunner, en merkte ik dat ik dat prettig vond. Je neemt minder ruimte in als je dun bent. Je wordt vaak benijd als je dun bent. Ik vind het voor mezelf mooier, vooral bij de benen, die van nature wat steviger zijn. Maar dun zijn was voor mij nooit een doel, het was eerder een prettige bijkomstigheid. Het steeds maar blijven doorgaan, en gewoon minder met dingen eten en meer met dingen doen bezig zijn, was een fijne modus operandi voor me. Heel slank werd wat magerder, en toen de zomer daar kwam, ontstond de angst dat de vakantie daar verandering in zou brengen. Dat deed het ook, maar de andere kant op: opeens at ik steeds meer beperkt, in plaats van gewoon veganistisch en heel gezond met ’s avonds lekker een chocolaatje en snaaierij met crackers. Er waren dingen die ik minder at of niet meer at. Er ontstond een zwarte lijst van voedingsmiddelen die heel snel veel langer werd. En sportte ik steeds vaker, en meer volgens een regime – als het niet uitkwam moest er snel een compensatie bedacht of liet ik een eetmoment vallen.
Toen was dat “hongerige” niet meer iets dat gewoon een soort van levensstijl op de achtergrond was, maar bepaalde het mijn dagelijkse doen en laten voor wat het eten betreft, alsof ik een strenge werkgever had die dat bepaalde. Die als opdracht er nog bij had dat ik best 58 kg kon wegen (wat een erg laag gewicht is voor iemand van 1,84 natuurlijk). Die 58 werd 56, of mooi rond 55. De honger werd steeds groter en fijner, en tegelijk akeliger, want mijn lijf brandde soms zo en als ik lang stil zat te werken, merkte ik dat mijn lichaam uitsloeg en in de waakstand ging staan. Ondertussen was ik druk bezig om hulp te zoeken, en ontpopte de nare werkgever zich tot ware dictator – ik kon wel anders willen eten en doen, maar deed dat niet. Alsof het doen los ging staan van mijn eigen gezonde wil, die bijvoorbeeld door de roep van mijn steeds zwakker en kouder wordende lijf werd gestuurd.
Nu ik heb besloten dat het klaar is, en ik een héél eenvoudig en bescheiden wenlijstje moet volgen, begint het gevecht pas echt. Want dat lekkere broodje bij de soep? Dat ging er dus amper in. Laten we het daar maar op houden. Ook heb ik de 100ml plantzuivel bij mijn middagfruit/thee niet genomen. Dat had chai in sojamelk moeten zijn, echt superlekker. Het is dus niet een kwestie van lekker doorbikken, hoe graag ik dat ook zou willen. Elke hap buiten het boekje van de baas levert een innerlijke strijd op, eentje die ik zelf niet eens snap gezien mijn uitgebluste lijf werkelijk brult om meer eten.
Morgen beter, hoop ik.

2 gedachten over “Vuurspugen”