
Afscheidskadootje van mijn vertrouwde therapeut, die mij eerder ook het poppetje met het petje gaf. Beoogde vervanger van deze dictator.
Er staat minder geschreven op dit blog dan ik had gewild. Er zijn ook minder happen herstel genomen dan ik had moeten nemen. Er zijn geen kilo’s bij, zelfs geen grammen. Niks om over op te scheppen dus. Er waren wel stappen. Een paar mini-overwinningen met eten (scare-foods die safe-foods werden, waarover later meer). Maar ik zette vooral een forse stap terug in vertrouwen. Waar ik vorige week optimistisch schreef over al die vangende handen, tast ik nu een beetje in het duister van onverwachte wachttijden, regelgeving en een hokjesgeest die rondwaart in een grotere GZ-instelling.
Op initiatief en aandringen van de huisarts is er dus een ingang bij gespecialiseerde GZ. De intake (vorige week) bestond uit 2 gesprekken, maar vond plaats bij een afdeling waar ik eigenlijk niet primair “thuishoor” (depressie/angst). Dit heb ik ook bij de oproep die ik er telefonisch voor kreeg, meteen aangegeven. Ik heb zeker een sombere stemming, maar moet nu vooral van die eetstoornis af, die mijn hele leven plat heeft gelegd. Aan de telefoon werd mij verzekerd dat er nauw zou worden samengewerkt met de eetstoorniskliniek. Bij afdeling depressie/angst heb ik een korte geschiedenis met een lang verhaal en een abrupt einde, hetgeen ongeveer rond het overlijden van mijn moeder gespeeld heeft (4 jaar geleden). Hierop kom ik nog wel eens terug. De goede afloop van dat verhaal was dat ik daarna een superfijne zelfstandige therapeut gevonden heb, die mij toen over een vrij groot obstakel in mijn leven heeft geholpen. Haar had ik zelf aanvankelijk dus ook ingeschakeld als deel van mijn leger om de eetstoornis te lijf te gaan, al is het niet haar specialisme. Zij wilde dus graag op zijn minst contact of zelfs samenwerking met iemand die er wel meer van wist. Mijn intake bij de GZ-instelling betekent echter meteen een einde aan haar rol: je kunt niet door twee behandelaars lopen voor één “klacht”. Dit geldt ook voor de diëtist die ik in de arm had genomen. Ik verruil hiermee dus mijn vertrouwde, zelfgekozen leger voor een aantal nieuwe soldaten, en de voornaamste overweging daarbij is expertise voor eetstoornissen. Maar bij wie ik die precies ga vinden, is nog niet helemaal duidelijk.
De intake was dus niet bij eetstoornissen, maar bij depressie/angst. Ik sprak met twee mensen, die elkaar voor dat gesprek nog niet kenden en niet op elkaar ingespeeld waren. Eentje was een stagiaire. Jong, afgestudeerd basisarts, psychiater in opleiding, die vast ’n goede zal worden, maar duidelijk onervaren communiceerde en geen echte interesse toonde. Het gesprek werd vooral gevoerd door een senior GZ-psycholoog (voor het GZ-gedeelte in opleiding). Zij was vriendelijk, zei veel zinvols, maar zou dus niet “mijn traject” met mij gaan doen. Op dat moment was nog helemaal niet duidelijk wat dat traject überhaupt zou inhouden, noch hoe deze afdeling aansloot bij mijn problematiek. Haar expertise leek mij duidelijk niet op het gebied van eetstoornissen, tenzij haar benadering een bewuste strategie was. Op diverse punten leek ze me expres te willen prikkelen, waardoor ik bijna een paniek voelde opkomen. Of ik soms echt dacht dat ik er bij 63 kilo (onderhand meer dan +10 kilo) zou zijn en kon stoppen met de behandeling? Ik was immers geen meisje van 18 maar een volwassen moeder van 39. Die horen niet zo slank te zijn. Met mijn lengte moest ik toch wel streven naar 75 kilo. En waarom slaapt mijn 4-jarige jongste in godsnaam bij mij in bed? Die horen in een eigen kamer, natuurlijk. Er kwamen echter ook wel dingen naar voren waar ik meteen wat in zag en die mij wel hoopvol stemden, zoals de aspecten van waar ik vanuit eetstoornisafdeling geholpen zou worden: begeleiding bij zelfbeeld en aankomen/voeding, en leren kijken naar je lichaam. Ook gaf ze me een schema waarin “strengheid” en een laag zelfbeeld ten grondslag liggen aan mijn slechte copingmechanisme, en concludeerde ze denk ik terecht dat depressie/slechte stemming een gevolg van mijn eetstoornis, en niet omgekeerd. Jammer dus, dat ik háár niet als behandelaar heb, maar de zwijgzame stagiair. Bij de afsluiting werd wel genoemd dat ik haar kon mailen als het nodig was. Ik ging echter weg met alleen het algemene telefoonnummer, en een vervolgafspraak met de stagiair.
Deze voerde afgelopen vrijdag het tweede deel van de intake – en toen ze me ophaalde werd meteen gevraagd of het ok was als aangekondigd dat er een assistent in opleiding van geneeskunde bij zat. Een jongen van ongeveer 22 jaar. Daar zit je dan, 39-jarige-moeder-van-3 in precaire toestand, met twee jonge mensen die je minzaam aankijken en vragen of je wel op tijd naar bed bent gegaan, de lift in plaats van de trap neemt, en braaf in je gevoelensdagboek geschreven hebt. Alsof ik 16 ben. Niet echt een veilige plek om mijn ziel bloot te leggen, dus. Op vragen van mijn kant over de aard van de samenwerking met de eetstoorniskliniek kreeg ik geen duidelijk antwoord. Ze werkte er immers pas net en wist niet hoe die afdeling werkte. Dat begreep ik, maar was dat niet haar taak om dat soort informatie in te winnen vóór ze met mij sprak?
Vervolgens wilde ik dan toch in ieder geval weten wanneer ik bij de eetstoorniskliniek terecht kon. Duidelijk is immers dat ik niet in staat ben om op eigen kracht even 10 kilo erbij te eten, laat staan de 23 die zij voor ogen hebben. De tijd dringt best wel als je met een bmi onder de 16 vanbinnen strijd hebt om elke hap. Oh, daar kreeg ik nog een brief voor, maar dat kon nog wel 2 of 3 maanden duren. Terwijl ik even bezig was met het nodige verwachtingsmanagement, ging ze door. Of ik ondertussen misschien openstond voor medicatie (Zyprexa, antipsychoticum), zodat ik meer eetlust krijg? Het ging haar dan om een handige bijwerking van dit medicijn? Dat kon ze niet menen, of ik begrijp haar nu verkeerd? Ik heb op dit moment teleurstellend veel moeite met het eten volgens het voorzichtige wenlijstje, maar kan dat zelf wel begrijpen. Het structureel hebben van honger is immers mijn copingmechanisme. Destructief voor mijn lichaam, maar de comfortzone van mijn geest. Dit werkte voorheen best goed, maar het is nu een steeds krapper wordende gevangenis en ik wil daar graag uit. En mijn lijf moet daar nu uit, want anders ga ik dood. Daar heb ik begeleiding voor nodig. Ik heb niet nog meer honger nodig. Ik zoek hulp bij de stap om honger te gaan stillen, mezelf veel meer eten te gaan geven, en NIET bang te zijn voor wat er dan met mij gaat gebeuren. Dat gaat niet om de minimaal 10 kilo gewicht en mijn dikker wordende bovenbenen. Dat gaat om de tonnen gevoelens en emoties die ik dan niet langer kan beteugelen met een om eten schreeuwend lijf.
Op de fiets terug voelde ik me opeens eng kwetsbaar en alleen. En tegelijk stond er eventjes iets heel sterks in mij op – ik moet dit hoe dan ook zelf doen, en kan er ook voor kiezen om hier niet mee verder te gaan. Ik moet alleen wel echt beter worden, zo snel mogelijk. Kan ik dat zelf? Is de rest van mijn leger sterk genoeg om te zorgen dat ik ondertussen niet verder van huis raak? Kan ik nog terug?

2 gedachten over “Hokjeszorg”