
Het is al een tijdje stil hier. Niet omdat er niks gebeurd is – er is eerder te veel gebeurd om voor mezelf op orde te krijgen. Toch ’n poging. Bear with me – lang en mogelijk warriger verhaal dan je normaal van mij gewend bent.
20 oktober begon ik moedig aan mijn beoogde “weg terug” uit de dolle kermis die anorexia in mijn hoofd heeft ingericht. Ik had blijkbaar geen idee waar ik aan begon, en hoe diep geworteld dit probleem in mijn leven/wezen zit. Al snel bleek het zelfs te moeilijk om me te houden aan de “light” versie van de wenlijst met eten. Ik bleef afvallen, zij het iets minder hard. Ondertussen raakten mijn behandelingen bij de diëtist verzekeringsmatig op, en wisselde ik van zorgverleners. Het was immers al snel duidelijk dat ik specialistische zorg nodig had, en snel. Dat liep niet zonder horten of stoten, maar deze werden wel op een heel adequate manier opgepakt toen ik aangaf niet verder te kunnen op deze manier.
Tegelijkertijd won de stoornis rap terrein – ik had (en heb) de honger en eetrestricties en regels harder “nodig” dan ooit. Tot het punt dat ik zelf niet eens begrijp wat ik waarom doe. Geloof me, dat zijn vreemde dingen die het oplichtende scherm van mijn laptop (en die van jou) niet verdragen. En nee, braken hoort daar in mijn geval niet bij, dat type anorexia heb ik niet. Vanuit de afdeling-waar-ik-niet-bleek-te-horen werd mij echter een warme en sterke hand aangereikt. Niet de stagiaire met meeloopstudent, maar de senior therapeute die de eerste intake had gedaan. Zij heeft me teruggebeld, tijd voor me genomen, en bood direct aan om mij nog in haar agenda te proppen. Zo zou ik samen met haar overbruggen naar december, wanneer het traject met de GZ-psycholoog en diëtist bij eetstoornissen zou beginnen.
Ik begon in die overbrugging met een stukje therapie, en schoof daarmee een deksel van een put die ik achteraf misschien beter nog even dicht had kunnen laten. Er ontstond een tumult in mijn hoofd waar ik op dit moment te uitgeput voor ben – en paradoxaal genoeg is dat geen aanzet om een hapje extra te nemen, maar juist ’n hapje minder. De dingen die ik op dag 1 nog strijdbaar at en terug op mijn “groene lijst” (safe foods) zette, kwamen weer terug op de lange zwarte lijst (fear foods). Ondertussen maakte mijn “oude” diëtist (die over mijn gewicht bleef waken tot de intake bij de eetstoorniskliniek) zich zorgen om de dalende lijnen op haar grafieken, en de mate van ondergewicht. Het ging dan wel minder hard dan die kilo per week, er bleef toch steeds ’n pondje verdwijnen. Toen ik dat zelf ook zorgwekkend begon te vinden, schreef ze me bijvoeding voor. Dat had ze veel eerder ook al geopperd, maar ik wilde zo graag “gewoon” eten. En ik ben natuurlijk best bang voor voedingsbommen in mijn lijf. We spraken af dat ik sondevoeding toegestuurd krijgen, en die zou drinken. Maar wat grote flessen eiwitrijke voeding had moeten zijn, bleken door een foutje van de leverancier kleine flesjes hoogcalorisch sap (koolhydratenbommen). Ik was daar toch blij mee, want die sondevoeding met eiwit bleken visolie en melk te bevatten, en had ik niet willen drinken. Het trucje “medicinale voeding” bleek wel te werken bij mw. Anorexia, ik kon naast mijn portie(tje) fruit een flesje drinken zonder innerlijke strijd. Het telt blijkbaar niet als eten. Misschien omdat het Heel Smerig is. Helaas werd ik er dan ook kotsmisselijk van. Nog uren na het drinken kwam het in beetjes omhoog en proefde ik de weeïge “cassis” of “appel” smaak door de adem in mijn neus. Brrr. Ook voelde ik me na een kwartiertje steeds raar en zweverig in mijn hoofd worden, alsof ik dronken was – terwijl ik juist had gedacht dat ik wat meer energie zou hebben van 300 kcal-shotjes. Na een week ben ik er dus maar mee gestopt, het voelde niet goed.
Met het vooruitzicht dat ik snel de goede hulp zou krijgen – ik ging uit van een ambulant traject, waarin ik wekelijks begeleiding zou hebben van een diëtist en een specialistische psychotherapeut – had ik in deze periode eigenlijk heel goede moed 🙂 ! Toen ik diezelfde week dus op gesprek moest bij de bedrijfsarts, heb ik meteen een plan van reïntegratie gemaakt. Want eerlijk waar, ik snak naar mijn normale leven, met mijn leuke baan, de dynamiek van lesgeven en begeleiden van studenten… ik mis mijn collega’s enorm… Gezien ik een goede busverbinding heb met de campus kon ik met minimaal energieverbruik reizen, en op werk zou ik me richten op “stilzittend werk”. Zoals afstudeerders begeleiden, nakijken, lesmaterialen ontwikkelen. Alleen al van het idee werd ik zo blij, ik doe het zo graag en het normale leven voelt nu zo ver weg… De bedrijfsarts was prettig en begrijpend, en ook het gesprek dat later die week telefonisch volgde met mijn leidinggevende, was fijn. Ik had weer een vooruitzicht, dit kwam goed! Dat het eten eigenlijk nog lang niet zodanig ging dat ik ondertussen niet toch niet wat afviel leek me niet zo’n probleem. Het eetgedeelte en nodige begeleiding/toezicht zouden immers snel opgepakt worden door een op het gebied van eetstoornissen doorgewinterde en (volgens de overbruggende GZ-psycholoog) “strenge” diëtiste. En ik dronk die flesjes nog, die kon ik vast ook wel op mijn werk drinken als het eten minder goed zou gaan dan gepland.
Vorige week had ik dan eindelijk de intake bij de eetstoorniskliniek. Normaalgesproken zou ik dan diëtist en psychotherapeut spreken, maar die laatste was op vakantie – ik sprak dus alleen met die “strenge” diëtist. Zij bleek gelukkig geen Kenau, maar meer van het type vriendelijke-doch-stevige persoonlijkheid. Iemand die koeien bij horens vat en geen doekjes om boodschappen windt. Het gesprek en de weegschaal bij haar gaven al snel een heel andere wending aan bovengenoemd optimistisch plan om snel weer aan het werk te gaan. Mijn BMI is ondertussen verder onder de 16 geraakt (een gezond minimum is 18,5). Dat nare, zieke gevoel na het drinken van die gore bijvoeding? Dat heet “refeeding syndrome” (hervoedingssyndroom) en kan gevaarlijk zijn. Die brandende benen bij lopen en fietsen? Mijn lichaam eet mijn eigen spieren op, dit komt dus niet een overschot aan B12 zoals de huisarts zei (ik supplementeerde wat enthousiast – brave veganist enzo – en had dus enorme B12 waarden bij de laatste keer bloedprikken). Ik ben al met al zeer ernstig ondervoed, en moet vóór ik überhaupt met een geestelijk traject start, opgenomen worden om aan te sterken via sondevoeding. Dit gebeurt dan op een somatische afdeling van de GZ-instelling, buiten Groningen, en zal sowieso een aantal weken duren. Het liefst word ik aansluitend opgenomen in hun lokale (Groningse) afdeling, behalve dat daar dus die superlange wachtlijst is, en niet op die termijn al plek zal zijn. Dan wordt het deeltijd, of zo… Ondertussen verstond ik haar al niet meer. In mijn hoofd klonk alleen de echo van een harde dreun.
Echt? Gebeurde dit écht?
Mijn eerste reactie was “nee, nee, dat kan niet, mijn gezin, mijn werk, hier ben ik trouwens heus niet ziek genoeg voor, ik had vandaag gewoon een lichte dag”. Dat laatste is natuurlijk een dikke vette anorexialeugen. De ziekte die denkt, niet mijn gezonde boerenverstand waarvan ik niet weet of ik het nog heb. Terzijde, ik plaats maar even geen foto’s van mezelf, ik ben werkelijk een wandelend lijk geworden. Ik schreef zelfs eerst wandellijk – mooi neologisme 😉 . Terwijl ik een doemscenario met huilende kinderen, een verpeste Sinterkerst en een moegesjouwde echtgenoot voor me zag, én daarnaast het idee probeerde te bevatten van vloeibaar eten dat door mijn neus naar binnen geduwd werd, vroeg de diëtist of ik nog even terug wilde naar de wachtkamer, want ze wilde een psychiater raadplegen om mij ook verder fysiek te controleren en de procedure in gang te zetten. Achteraf vermoed ik dat ze dit óók deed om een front te vormen. Twee tegen één. Maar eigenlijk twee tegen twee: als je met mij spreekt, spreek je immers (vooral) met de hardnekkige stem van de ziekte, die het vooruitzicht van ongecontroleerd uitdijen en “vol” raken met sondevoeding een gruwel vindt, en het een véél beter idee vindt om gewoon te doen alsof het prima gaat en over 2 weken weer blij aan het werk te gaan. Natuurlijk vindt de “eigen” ik dat ook een fijn idee, maar die beseft zich ook dat het lichaam een keer stopt en heel hard redding van buitenaf nodig heeft.
Goed. Opname en sondevoeding dus. Maar daar ben ik niet in één keer mee akkoord gegaan. Ik (of, de ziekte in mij) zette zelfs eerst vrij bokkig de hakken in de Groningse klei. In mijn overrompeling heb ik aangestuurd op een minder ontwrichtende optie: thuis nu écht aan de slag met een dieet (evt. met ondersteuning sonde/hulp daarbij) en fysieke controles van mijn eigen huisarts. Ik wilde namelijk nog altijd begin december weer 40% gaan werken… en dacht dat ik vast in 2 weken wonderbaarlijk veel beter zou kunnen eten als ik nu eenmaal maar onder de hoede van die stevige diëtist zou zijn, en een concreet behandelplan zou hebben. Tot nu toe was het immers steeds schipperen geweest en had ik geen echte hulp gehad die op de eetstoornis gericht is. Gezien ik een jong gezin en een in mijn idee toch wat precaire arbeidspositie heb, wilden ze daar wel in meedenken. Om een risicoanalyse te maken van dit plan B te maken, kreeg ik papiermolen mee voor bloedonderzoek en (opnieuw) een ECG (hartfilmpje), en het verzoek dat meteen de volgende dag te laten doen. Dan zou de ingevlogen psychiater contact zoeken met mijn huisarts om te kijken of die de fysieke controles op zich wilde nemen. Zo ja, dan zou ik misschien toch in een ambulant traject kunnen (en kunnen werken en – nog belangrijker – gewoon thuis kunnen zijn met mijn kindjes). Ze lieten mij echter heel duidelijk merken dat dit niet de voorkeur had wat hun betreft.
De volgende dag heb ik veel nagedacht over de optie opname, en daar natuurlijk ook veel met de lieve husband over gepraat. Om eerlijk te zijn voelde dit voor mij diep van binnen al snel als de enige goede optie, mijn man zou zich (zo drukte hij me al snel op het hart) echt wel redden met de kinderen, en het zou wel de meest effectieve manier zijn qua gewicht en vervolgtraject. Met oog op duurzaam en snel herstel dus beter dan thuis aanmodderen. Dat deed ik immers al weken zonder enig resultaat. Dan bleef de factor werk over. Ik mis het zo. Ik ben zo bang om mijn baan kwijt te raken, en ik ben zo ontzettend blij met die baan… Ik ben onzeker over hoe dat zal uitpakken, op de langere termijn – ik kan er niet teveel over schrijven, maar laten we zeggen dat het “makkelijker” had gevoeld als ik een vast contract OF een andere medische situatie dan deze had, laten we zeggen een puur fysieke aandoening waar de buitenwereld niet ergens toch van denkt “daar kies je zelf voor”. Dat laatste is echt een ding – want hoe moeilijk kan eten nu helemaal zijn? Tja. Maar misschien vul ik andermans mening hierover teveel in.
De volgende dag liet ik dus braaf bloed prikken en een ECG maken. Bij thuiskomst belde de psychiater met de mededeling dat de huisarts mij niet in behandeling wilde nemen, die had mij overgedragen en hij vond thuis proberen te herstellen in een ambulant traject geen optie meer. Dat parkeerde mij meteen in een soort patstelling: als ik de opname weigerde, zou ik feitelijk in mijn eentje tegenover mijn ziekte komen te staan. Dat leek mij geen goed idee. Ondertussen leek het idee van bedrust en niet hoeven te eten en toch aansterken (want volledig op sondevoeding) me eigenlijk niet zo erg meer. Die donderdag had ik een tweede gesprek met de diëtist en ging ik al snel huilend overstag, het besef dat het op dit moment de enige optie voor goed herstel was intussen echt gedaald. Een aantal wat warrige dagen volgde, de psychiater die dit allemaal regelt, belde me vrijdagmiddag met de mededeling dat ik waarschijnlijk al na het weekend opgenomen kon worden. Dat zou dus deze afgelopen week geweest zijn. Daar ging ik dus ook vanuit. Dat dit toch nog weer anders liep, lees je hier (volgt). Korte versie: ik zit nog steeds thuis te wachten tot ik opgenomen zal worden, en het gaat (zoals je je kunt indenken) erg slecht met me. Maar vandaag heb ik wel gehoord dat de kamer voor me vrij is, en ik “waarschijnlijk begin volgende week” dan dus opgenomen zal worden. Nog lange, zware dagen voor de boeg, met een om voeding gillend lijf en een nog harder teruggillende eetstoornis.

2 gedachten over “Stilte (voor de storm?)”