© Jim Solo, https://www.flickr.com/photos/jimsolo/35637501882/
Je vindt nog ‘ns wat als je een plaatje zoekt dat symboliseert waar je bent. Een tijdje terug (voor mij lijkt dat momenteel eeuwen terug in een compleet ander leven), schreef ik over het gebrek aan dieptepunt dat deze ziekte lijkt te hebben. Hoe ik om me heen tastte om maar handen van anderen te kunnen grijpen, zodat ik niet verder en verder zou vallen. Ik had handen beet, maar die bleken niet de juiste. Of ze lieten me los in een vrije val, regelrecht in de klauwen van dat innerlijke monster.
Ooit zal ik hopelijk met mijn gezin ’n bezoek brengen aan dit kasteel met bijbehorende mysterieuze put. Energie hebben om de geschiedenis in me te absorberen en mijn kinderen erover te vertellen. De droom van dit moment is een stuk bescheidener, maar lijkt minstens zo ver weg. Ik wil mijn normale leven terug. Met zijn allen aan onze eettafel zitten, en een boterham (met hagelslag) eten. Dan iedereen zijn jas in praten, naar school jakkeren en naar mijn werk fietsen. Daarom hoop ik toch echt dat DIT de bodem van mijn put mag zijn, dat hoe ik me de afgelopen dagen gevoeld heb, het slechtste gaat zijn dat ik ooit hoef door te maken, en dat mijn gewicht niet nog verder zal kelderen dan dat het nu heeft gedaan.
Sinds vorige week donderdag heb ik alleen sondevoeding, wat wordt opgebouwd van een bescheiden 0.5l naar 2l per dag. Hoe en wat moet in de loop van het proces verder bepaald worden. De diëtist schetste bij de intake al een mogelijk scenario dat ik in eerste instantie zou kunnen afvallen. Dat dat nog meer dan een hele kilo zou zijn, had ik niet verwacht. Mijn eerste weegmoment hier was namelijk al een schok voor mij. De laatste weken die ik in spanning doorbracht over de opname, waarin ik zelf ook niet meer kon strijden tegen de ziekte, hebben mij een slordige 5 kg gekost. 48,2 kg vertelde de weegstoel hier afgelopen vrijdagochtend. Ik heb zitten huilen op het bed, die 5 kg heb ik eraf voelen branden de laatste weken, letterlijk. Vooral mijn benen, ooit mijn pijnpunt in de spiegel want altijd “steviger”. Ik liep er een marathon op in 3:40u. Er is niks van ze over.
Gisteren, 2 dagen later, mocht ik weer op de weegstoel. Het was nog een heel gedoe, want ik had op dat moment wel de sonde lopen en ook kleding aan. De verpleegster en ik hebben een prachtige samenwerking moeten hebben om mij toch nog “schoon aan de haak” te krijgen. Er ontsnapte een bezorgde “hm” aan haar, toen de stoel “klaar” piepte: 47,05 kg. En vanmorgen… 46,8 kg. Mijn huidige BMI is daarmee 13,8, onvoorstelbaar gewoon. Gezien ik terug moet naar minstens 18,5 zakt het laatste restje moed me nu even in mijn pantoffels.
Of zit hier een positieve kant aan? Ik ben thuis en bij eerdere weegmomenten bij de diëtisten best weleens geschrokken van mijn gewicht, maar dat bleek beperkt tot een vluchtige, “rationele” gedachte. Het gevoel was ongeveer het tegengestelde – vanuit de eetstoornis komt daar een vorm van “onoverwinnelijkheid” en zelfs “trots” bij kijken. “Goed zo, jij kan zó weinig eten en zó licht zijn!” Dat gevoel heb ik nu voor ’t eerst niet gehad. Wat ik voel is diepe verslagenheid, en een beangstigend gevoel dat deze ziekte je regelrecht ’t graf in kan sturen. Hoe komt het dat de stoornis nu zwijgt? Is dat deel van genezen, laten we zeggen, een voorzichtig eerste beginnetje? Of is het maar schijn, een tijdelijk effect van het niet zelf hoeven te eten, en daarbij strijden om elke “bite of recovery”, zoals ik het een aantal maanden terug nog dapper noemde? De huisarts die ik hier heb en ook de verpleging die ik spreek, lijkt mij af en toe een beetje te willen remmen of ontmoedigen in mijn uitdrukkelijke wens om zo hard mogelijk af te rekenen met mijn ziekte en mijn optimisme over het “beter zijn”. Ik ga mezelf (of nee: de anorexia) nog keihard tegenkomen als die kilo’s er dan daadwerkelijk bij gaan komen.
De huisarts gaf vanmorgen wat verdere toelichting (niet nieuw voor mij, maar wel fijn voor de bevestiging): waar ik nu doorheen ga is een “refeeding” proces. Dit moet heel voorzichtig opgebouwd worden om te voorkomen dat ik het “refeeding syndrome” krijg. Dit zijn hormonale en metabole stoornissen die kunnen optreden als je opeens grote hoeveelheden calorieën binnenkrijgt na langdurige ondervoeding. Je kunt daaraan doodgaan. Dat is niet de bedoeling, dus wordt heel rustig opgebouwd. Ik val dus af omdat het aantal calorieën nog lang niet is wat ik nodig heb om van te leven, laat staan om van aan te komen. Ik leidde af dat daar 3 weken voor staat, en wat ik zelf kan doen is zoveel mogelijk rust pakken. Fysiek, maar ook mentaal.
Deze periode van primair herstel voor mijn lichaam via sondevoeding wil ik toch ook gebruiken om me mentaal te gaan wapenen tegen de draak die ik te verslaan heb. Het lijkt mij bijvoorbeeld goed dat ik deze dagen ‘ns vast ga leggen hoe afgrijselijk 46,8 kg wegen en continu met mijn neus aan een standaard met slangetje vastzitten voelt. Ik kon vanmorgen amper 400m lopen naar het medisch centrum voor de ECG die ik moest hebben en ben teruggebracht met de rolstoel. Ik, die in april 2018 mijn eerste marathon liep, ruim onder de 4 uur.
Dit wil ik nooit, NOOIT meer mee hoeven maken. Dit moet het allerdiepste van de put zijn. Vanaf hier is er maar één weg: naar boven. Hoe zwaar, glibberig, donker en onvoorspelbaar de treden van de trap ook zullen zijn.

