Een kwart litertje room

Toen mijn vader 18 was, was hij allang voltijd aan het werk en ging hij ’s avonds naar school. Een druk bestaan waarbij hij – toen een schandere man van ongeveer mijn lengte (1,84m) – continu honger als een paard had. In de pauze van zijn werk ging men dan naar de bakker en de melkboer. Die laatste verkocht ook (slag)room. Per kwart liter. Dat wilde die honger wel stillen – in die tijd dronk mijn pa dus lekker ’n kwart litertje room bij de boterham, in plaats van een beker melk.

En groot gelijk had hij, natuurlijk. Zo’n portie verse vetjes van de koe is een heel makkelijke manier om op gewicht te blijven als je een hoogverbrander met druk leven bent. Of als je 20 kg moet aankomen, zoals ik. Dan neem je lekker wat extra, zoals slagroom op je koffie (vegan varianten genoeg), je roert een lepel extra olie door je groentenstoofpot, of belegt je boterham volgens het recept van je 7-jarige: met margarine, pindakaas EN hagelslag. Als je moet aankomen mag je lekker los met allemaal lekker eten – makkie, zou je zeggen. Behalve dat ik een ziekte heb die mij tot een punt heeft gebracht dat het beter is om een door Nutricia samengesteld volwaardig en 100% plantaardig supergoedje door mijn neus te pompen. Proef ik niks van. Het lijkt ’n beetje op melk, dus met ’n kop sterke zwarte koffie erbij leef ik op liters capuccino, eigenlijk. Omdat ik eerst nog een flinke dip maakte in het proces van “refeeding”, kreeg ik daar vorige week nog een dot room bovenop.

Het gaat om Calogen – een bommetje van 50% makkelijk verteerbare vetzuurketens, 450kcal per 100ml. Hier ter plekke geserveerd in de smaak “aardbei”. Dosering: driemaal daags ’n cupje van 30ml, bij elkaar een tiende litertje room dus. Om de suggestie van de aardbei wat te versterken heeft Nutricia het gekleurd met E120. Ook wel bekend als cochenille of karmijnzuur, en gemaakt van luizen. Niet vegan dus. In eerste instantie heb ik bij het gesprek met de diëtist (tot grote tevredenheid van Anorexia) gezegd dat ik het om die reden liever niet nam. Ik werd subiet teruggefloten door mijn liefhebbende thuisfront: mijn principes mogen weer leidend zijn als ik niet in kritieke toestand in een kliniek lig, en bij voorkeur ook weer iets van billen heb. Later die avond ging ik per mail alsnog akkoord. Om het innemen iets makkelijker voor me te maken, hoefde ik het niet te drinken, het kon wel door de sonde.

Het drankje bleek echter zo lobbig dat dit plan al snel sneuvelde: het ging er lastig doorheen en het slangetje leek erdoor dicht te slibben. Na die eerste portie moest het dus toch opdrinken. Dat is best een horde voor iemand die al heel lang met een wijde boog om vet heenloopt. Het hoefde niet, als ik het echt niet wilde. Ze konden ook extra sondevoeding doen, of kijken naar andere drankjes.

Maar ik wil het wel. Ik wil beter worden, ik wil een boterham met hagelslag eten en daar gewoon van genieten. De weerstand tegen een heerlijk vet en zoet drankje komt 100% van de ziekte (ok, voor 1% van mij omdat deze gesmolten donutdrank niet in de buurt komt van een beker hete chocolade Oatly met Alproroom). Die ziekte gaat NET zo hard protesteren tegen mijn eerste boterham die ik straks tenmidden van mij toejubelende bejaarden ga eten hier in de kliniek. Die heeft me zelfs verboden om pompoen en wortel te eten, en liet me komkommertjes wegen.

Het drinken van de Calogen is dus een mooie oefening (zij het meteen voor gevorderden) voor straks als ik weer “gewoon” ga eten en afscheid mag nemen van mr. Flow. Ik krijg ‘m samen met de batterij andere drankjes die ik moet innemen (kalium, magnesium en fosfaat – ik had grote tekorten). Deze worden tijdens medicijnrondes langsgebracht: de verpleging komt dan binnen en zet de bekertjes voor je neer. Er is dus ruimte om het niet in te nemen, en Anorexia houdt van dat soort ruimte: niemand zou het immers merken als ik braaf de calorieloze mineralen zou slikken maar de luizenslagroom door de wasbak zou laten spoelen. Ik heb dus meteen gevraagd of men erop toe wilde zien dat ik het drankje naar binnen kreeg.

De eerste keer is die verpleger er dus bij gebleven, mij complimenten gevend over het inzicht in mijn ziekte (tja, ik heb mijn ziekte heel goed leren kennen terwijl ze me overmeesterde in de lange zoektocht naar hulp). De tweede keer was ik echter alleen met mijn cupje room. Ik heb ‘m opgedronken. En de keren daarna ook. Elke keer gaf dat strijd, maar elke keer ging mij dat ook makkelijker af. Maandag hebben ze hem niet gebracht, omdat ik zó beroerd was van het opvoeren van de calorieën dat er iets af moest, en dit tot overleg met diëtist makkelijker was dan het sondeschema op eigen inzicht aanpassen. De diëtist liet mij gisteren kiezen tussen 500ml sonde eraf, of stoppen met Calogen. Ik ga voor de 500ml sonde eraf. Daarmee mag ik namelijk een kop thee en koffie meer drinken 🙂

Mijn pa zal blij zijn dat ik zijn advies eindelijk ‘ns ter harte heb genomen – al is mijn portie iets bescheidener – ik drink nu dagelijks een tiende litertje room. Deze strijd ga ik namelijk niet winnen als ik dit soort veldslagen uit de weg ga.

5 gedachten over “Een kwart litertje room

Plaats een reactie