Oudjaarsdag. Terwijl er hier in de buurt al flink geoefend wordt met knallen, bereid ik me voor op een jaarwisseling in gezelschap van mijn zoemende mr. Flow en het kleine groepje senioren dat niet met verlof is. Om het leed iets te verzachten mocht het thuisfront me vanmiddag bezoeken en ga ik morgen weer een aantal uur met verlof om kindjes, man en familie te kunnen omhelzen. Klinkt het als zelfmedelijden? Heb ik niet hoor. Eergisteren en gisteren heb ik zo mogelijk nog dieper geestelijk dieptepunt mogen ervaren dan vorige week, vandaag is alweer ’n veel betere dag en 2020 wordt het jaar van mij versie 2.0.
Vorige week bleek mijn gewicht dus op een plateau te zitten. Dinsdag werd mij verteld dat als ik niet voldoende zou zijn aangekomen bij de volgende weging (die donderdag), we weer terug zouden gaan naar 3000kcal per dag. Bijbehorend schema is een stuk minder prettig dan dat ik had met 2x1l sonde en het gewraakte tiendelitertje room (wat ik koos om aan 2500kcal te komen, 1l sonde is ongeveer 1000 kcal). Dat gaf me ruimte voor douchen, beetje wandelen, boodschapje doen bij de Coop hier om de hoek, en ’s avonds kon ik zonder zsonde het journaal kijken met mijn vrienden hier. Oh ja, en best wat bakjes koffie en thee nemen voor wat extra warmte. In het schema met 3000kcal gaat er 0,5l extra sondevoeding in, mag dat er minder aan koffie en thee in, heb ik 2 uur minder pauze,en moet ik opblijven tot 23u om van fles te wisselen. Ik hoopte dus ook om praktische redenen op voldoende groei. Donderdag bleek ik weer wat bijgekomen, genoeg om door te gaan met de 2500kcal. Win!
Afgelopen zondag ben ik weer gewogen, en sinds gisteren (maandag 30/12) is het 3000kcal plan weer van kracht. Zondagavond kwam “mijn” verpleger langs om me te vertellen dat ik van mijn plateautje ben gevallen. Niet veel, maar afvallen op 2500 kcal is niet helemaal de bedoeling natuurlijk. Ze zien het wel vaker, en is verklaarbaar vanuit mijn omschakelende metabolisme (goed teken) en toegenomen activiteit. En mijn overmoedigheid daarin. Blijkbaar val ik inderdaad makkelijk in de valkuilen die zich bevinden in de overlap tussen ziekte en persoonlijkheid. Ik mag overigens best actief blijven, al moet ik veel beter naar mijn lijf luisteren. En er moet dus meer in, anders kom ik deze kliniek nooit uit.
Een bizar zwarte dag volgde. Van zondag op maandag (30/12) heb ik amper geslapen. Ik was gisteren opeens weer net zo gammel als in de tweede week van mijn verblijf hier: benen van pap, duizelig, motorisch weer slechter, koud tot in mijn botten en een hoofd vol watten. Dat rare tintelende gevoel weer in mijn lijf en geest, waardoor ik me zo niet-mezelf voel.
Ook het materiële werkte maar niet mee. Bij het bloedprikken was ik zo verkleumd dat de lieve dame van Certe er maar een paar druppels uitkreeg. Van haar gemorrel aan de naald werd ik zo onpasselijk dat ik haar gesmeekt heb om op te houden, en ik ben normaal best dapper met grote naalden (en ervaren met mijn moeilijke aderen, want bloeddonor). Het moest dus snel over, ze is vandaag weer geweest. Ik had daarna een belafspraak met de psycholoog die mij straks in het vervolgtraject gaat begeleiden, maar had maar één streepje bereik. Er ontstond zo’n half kraakgesprek waarin je elkaars telefoon de schuld geeft van de slechte verbinding. Daar had ik net even geen geduld voor, en kraamde daardoor een hoop kribbige onzin uit tegen de geduldige verpleegster die mij haar diensttelefoon leende. Daarvan ging de batterij dood tijdens het gesprek, natuurlijk. Zo’n dag dus. Het daarop volgende “huiskameroverleg” met mijn afdeling vloog over mijn hoofd heen. Ik zag de bejaarde monden wel bewegen, en hoorde wel woorden, maar kon er geen zinnen van maken. Mr. Flow liep ondertussen vast door een verstopte slang, en piepte luid door het gesprek heen, waarop mijn seniorengezelschap uiteenlopend en soms lomp commentaar had. Omdat ik ondertussen een onophoudelijke tranenstroom had, heeft bovengenoemde verpleegster heeft me maar snel naar mijn kamer gebracht en het sondeprobleem opgelost. En nog koffie naar mijn kamer gebracht, roomservice. Ik kon de rest van de dag alleen nog maar huilen, ik was zó ontzettend klaar met deze kutsituatie. Waarom mag ik niet gewoon een maandje winterslaap doen met mr. Flow? Slapend dikker worden? Maak me maar wakker met gezond gewicht – op de verjaardag van mijn zoontje, begin februari. Dan bak ik appeltaart voor iedereen, neem zelf ook ’n stukkie, en praten we hier niet meer over.
Helaas. Ik heb alleen ’n grote zure appel om doorheen te bijten.
Dit pietluttige gedoe hielp niet bij mijn gedachtengeworstel – het is de bedoeling dat ik aankom en weer naar huis ga, – ik heb dus WEER gefaald. Ik ook altijd met mijn drang om meteen veel te doen. En me ondertussen maar voelen uitdijen tot formaat olifant. Dat het me verbaast dat de broek die echt strakker lijkt te zitten, toch nog even hard van mijn billen glijdt als vorige week. Die broek is vast uitgelubberd in die week. Dat mijn bezoek me omhelsde bij het afscheid en zich liet ontvallen dat ik zo vreselijk teer en breekbaar aanvoelde. En dat ik toen dacht “Ehm, wat bedoel je? Ik ben al veel dikker geworden? Ik ben niet veel dunner dan jij hoor.” Ik ben waarschijnlijk nog bottiger dan ik was toen ik hoorde dat ik opgenomen moest worden. Dat voor mij zo “voelbare laagje” is er niet echt. Het was er vorige week ook niet. En dit WIST ik al! Wat blijkt dus nu? Deze truc van de ziekte is nog valser dan ik dacht: ik voel dat uitdijen dus zelfs als ik onbedoeld aan het afslanken ben! Weer ’n les geleerd (hoe ermee om te gaan is een volgende), is m’n zwarte tranendal toch weer ergens goed voor geweest.
Dat uitdij-gevoel is duidelijk driedubbele anorexia-fictie, waar ik nu 3000kcal per dag tegenaan gooi. Vloeibare oliebollen in 2019, echte in 2020! Op naar ’n veel beter nieuwjaar!

Sterk, niet dik.

