We zijn alweer een week verder in 2020. In die week is er vrij veel gebeurd, en lang niet alles leent zich voor de herhaling in mijn gedachten die nodig is om het op een begrijpelijke manier op te schrijven. Dit is dus een update over het verhaal dat zich ’t makkelijkste laat vertellen: het fysieke aspect van het herstel.
De weegschaal en ik zijn weer vriendjes, na het plateau en de kerstdip is er weer goede vooruitgang. YES! Als het zo blijft doorgaan kan ik op ongeveer het beoogde gewicht naar huis eind deze maand of begin volgende maand. Op tijd om ’n aardbeientaart te bakken (of kopen) voor de jarige jongste en oudste.
Ik had verwacht dat ik me met elk extra pondje ook energieker en beter zou voelen, maar die samenhang blijkt er niet te zijn. Helaas. Of: maar goed ook. Ik ben dood- en doodop. Waarschijnlijk was ik dat al, en heb ik dat al die tijd genegeerd of niet gevoeld. Ik kan weer slapen, en doe dat voor het eerst in heel lang voor meer dan 7 uur per nacht. Maar ook verder voel ik me nog steeds raar en soms heel naar. Misschien doordat ik al die slaap nog moet inhalen? Over mijn hele lijf gaat bij tijd en wijle een prikkelig gevoel en ik heb nog steeds in wisselende mate “brain fog”. Omdat prikkende, slappe, wankelende benen iets zijn dat ik al weken heb (werd wel minder, een tijdje), gaat de huisarts kijken naar mijn B6. Die was te hoog bij opname, en is door de 2,5l sondevoeding ook hoger dan AHD qua huidige inname. Mijn kalium was ook niet op peil vorige week, daar heb ik weer suppletie voor gehad (de eerdergenoemde bocht, maar dan dus weer in grotere hoeveelheid). Afgelopen vrijdag was de kalium weer ok, nu gaan we kijken wat mijn lijf zonder suppletie doet. Zowel teveel als te weinig kalium/B6 kunnen spierzwakte en tintelingen veroorzaken. Great! Als het daar niet aan ligt, gaat hij mijn benen onderzoeken wat betreft de zenuwen.
Ik kan het niet laten om zelf dokter te spelen met Google als mijn assistent, en haal me van alles in het hoofd – dat die prikkelingen en dat vage gevoel door blijvende zenuwschade komen. Dat kan, dat heet perifere neuropathie en wordt wel gezien bij anorexia.* Dit kan voorbij gaan tijdens het herstel. Of niet. Maar het kan ook “gewoon” stress zijn, mijn lichaam is natuurlijk letterlijk opgebrand, en deze dingen worden ook ervaren door mensen met ’n burnout. Het is vaag genoeg om ook te kunnen worden veroorzaakt door chronische hyperventilatie, stress, metabole storingen, bloedsuiker, bovengenoemde voedingsstoffen waar mijn lijf nog geen goede balans in weet te vinden… of een zeldzame dodelijke aandoening die ik toevallig heb naast ’n eetstoornis. Of: ik heb geen geduld en ren mezelf zowel in gedachten als af en toe per ongeluk fysiek keihard voorbij in het herstelproces.
Het is 7 januari, ’t is vandaag precies een maand geleden dat ik ’s nachts de dood in mijn lijf voelde en met een pols van 34 in de kliniek lag. Wat verwacht ik nou helemaal? In paniek over mogelijk permanente schade die ik aan dit uitstapje naar de anorexiahel, belde ik gisteren met mijn pa. Die heeft een half uur op mij in moeten praten. Zijn boodschap werd in andere bewoordingen herhaald in gesprekken met mijn vriendinnen en zus. Het is écht te vroeg om dit soort conclusies te trekken. Je moet er stap voor stap, dag voor dag doorheen. En: de ene dag is gewoon kutter dan de andere. Mijn vader was wat welbespraakter dan die laatste vriendin, en haalde de bergrede aan – Geen zorgen over de dag van morgen, vandaag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
* Ik denk dan al makkelijk dat zoiets alleen voorkomt bij mensen die “veel erger” anorexia hebben (gehad) dan ik, maar weet ondertussen ook dat deze ziekte je nooit laat geloven dat je ernstig ziek bent, zelfs niet als je bijna ’t loodje legt. Enfin. Het is zeker niet uitgesloten dat ik met wat kleerscheuren verder zal moeten leven. Maar leven zal ik.


Een gedachte over “Morgen ben ik (een beetje) beter”