Thuis

Maandag 3 februari – nu ruim een week geleden, op de verjaardag van mijn zoontje – kwam er dan eindelijk een einde aan mijn verblijf in de kliniek. Het lijkt ondertussen een ander leven, en veel langer geleden. De laatste week daar is me best zwaar gevallen. Om de sondevoeding en bijvoeding af te bouwen zonder af te vallen moest ik redelijk bunkeren en ik voelde me weer sneller vermoeid dan de week ervoor. Mijn lichaam moest hard werken met al dat lekkere eten! Daarbij hadden mijn groepsgenoten (een bont gezelschap van senioren met psychiatrische en/of somatische aandoeningen) het in die week allemaal bijzonder moeilijk, wat de sfeer niet bevorderde. Hoewel ik met alle medebewoners individueel een goede verstandhouding had, en ook bijzondere steun heb ervaren in dit proces, vond ik de maaltijden best ’n uitdaging. Het uitgangspunt was samen beginnen en eindigen, en dat kon een lange zit zijn gezien de bewoner die het meeste praatte (wonderlijke manische monologen) ook veruit het meeste at. Het avondeten was best goed bereid, maar de Hollandsche Pot begon na een paar dagen te vervelen. Ik verlangde steeds meer naar onze eigen tafel thuis, zelf koken in mijn eigen keuken met echte messen* en met het vrolijke gezelschap van mijn man en kinderen. Ik was dus echt klaar om dit hoofdstuk in mijn herstel af te ronden.

Om half elf die ochtend dronken we nog één keer samen koffie, en trakteerde ik op lekkere speculoosjes. Tot verbaasde vreugde van de groep at ik er zelf ook eentje van. Ja hoor, ze zijn helemaal vee-gan, deze doodnormale supermarktkoekjes. En ’t klopt hoor, iemand met anorexia eet meestal geen koekjes. Maar ik wil geen anorexia meer hebben en lust ze net zo graag als ieder ander. Veel mensen lieten weten hoe goed ik er uitzag in vergelijking met hoe ik binnen kwam. En dat ze me zo zouden missen. Dat is wederzijds: die twee maanden 23 uur per dag in deze door toeval aan elkaar overgeleverde groep mensen heeft me een aantal bijzondere nieuwe oude vrienden opgeleverd. Ik versierde mijn beste vriendin daar – mijn hoogbejaarde buurvrouw met wie ik elke avond opbleef tot de laatste medicijnenronde – met een zelfgehaakte omslagdoek. Eén van de medebewoners had een liedje voor me ingestudeerd op de mondharmonica. Nog wat bemoedigende woorden over het verder herstellen in mijn eigen gezin, en toen zagen we mijn man aan komen rijden. Voor de groep begon het wekelijkse huiskameroverleg, om onder andere te beslissen welke Hollandsche Pot er gezamenlijk gekookt zou worden die week, en ik kon mijn laatste spullen inpakken om eindelijk terug te gaan naar mijn eigen huiskamer.

Twee versierde stoelen aan onze eettafel, overal slingers en ballonnen en nog een paar uurtjes voor onszelf voor we het gespuis van school zouden halen. Oorverdovend gekwetter van de vele vogels in onze tuin. Even samen lunchen, met een spinnende kat op schoot. En dan naar school, waar ik in geen maanden geweest was, omdat ik de drukte van het wegbrengen en halen de weken voor de opname al niet meer aankon. De jarige job kwam als eerste mijn armen ingerend, “Mama, je bent er, je bent thuis op mijn verjaardag! Ik ben vandaag VIJF jaar!”. Daarna volgden zijn grote zussen, die zeker wilden weten dat ik nu écht thuis zou blijven, en beter zou worden. Wat een tijd moet het voor ze geweest zijn, met een schim van hun moeder die zo ver van huis was, en alleen thuis met papa, die zich een slag in de rondte werkte om te zorgen dat hun leven verder zo normaal mogelijk bleef.

We aten een lekkere kom soep met verse broodjes als avondeten “die anders smaakte dan die van mama maar ook lekker was”, aldus onze kritische fijnproefster van 7. En dan die eerste nacht in mijn eigen bed… ik heb geslapen als een blok. Even onwennig in de schemering bij het wakker worden – een paar minuten dacht ik dat ik nog op de kliniek was en moest bellen voor de sonde. Maar ik lag tussen de twee jongste kinderen ingeklemd, met mollige kleuterarmen om mijn nek en de kriebelhaartjes van het middenmeisje in mijn neus. Onze oudste hoorde ik luid zingend de trap af stommelen. Een uurtje later zaten we met zijn vijven aan de ontbijttafel, waar de 7-jarige de beloofde boterham met hagelslag voor me maakte. Het was de lekkerste boterham die ik in jaren gegeten heb.

* Scherpe messen en scharen zijn om begrijpelijke redenen verboden in een kliniek voor psychiatrische patiënten. Best een uitdaging toen ik avocado’s, kiwi’s en mango op mijn menu kreeg en alleen de botte boterhammessen kon gebruiken. Overigens heb ik al die tijd een erg puntig naaischaartje bij me gehad – dat ’t niet mocht ontdekte ik pas in de laatste week 🙂

Een gedachte over “Thuis

Plaats een reactie