Summer 2020: stuck – “quasi-recovery”

Het is alweer een tijd terug dat ik schreef over hoe fijn warme zomerzon is, als je het door te laag lichaamsgewicht snel koud hebt. Ik zou de zomer gebruiken om een winterjas te kweken. Dat is me niet gelukt, althans niet tijdens de zomer(vakantie). De reden dat ik het pas nu kan opschrijven is dat ik het destijds te moeilijk had met worstelen, en eigenlijk bang was voor de rekenschap die ik ervaar als ik het eenmaal heb opgeschreven. En dat voelde weer als falen, want ik schrijf nogal graag en wil ook echt van deze rotziekte af. Maar misschien is het geen falen, en eerder een (noodzakelijke) fase in het proces. Het stagneren op een minimaal ok-ish gewicht – zeg maar net onder of op de grens van minimaal gezond BMI – komt in anorexiaherstel zo vaak voor dat het een naam heeft: quasi-recovery, oftewel schijnherstel. Het is belangrijk om zelf tot het besef te komen dat het niet meer is dan schijn. Ik oog minder ziek. Vanwege de overheersende slankheidscultus waar we in leven oog ik misschien al redelijk normaal. Mensen kennen me meestal niet anders, zelfs. Maar ik ben nog niet hersteld. Als ik niet voorbij dit punt kom, blijf ik ziek. Het was terecht dat de diëtist me in augustus voor de tweede keer ’n gele kaart gaf, en me waarschuwde: hoe langer je op dit min of meer stabiele ondergewicht blijft, hoe groter de kans dat je chronisch anorexia zult hebben.

Ze heeft gelijk.

Sterker nog, ik heb dan levenslang. Als ik mijn herstelproces blijf inrichten zoals ik het tot en met de zomer gedaan heb, zal ik de rest van mijn leven anorexia hebben, zelfs als ik het streefgewicht van de kliniek heb gehaald en weer prachtige diepe kuiltjes in mijn wangen heb (BMI 20). Ik zou aankomen omdat ik steeds mondjesmaat dingen toevoeg aan het menu die op de zwarte lijst van de ziekte staan, deze dingen eten omdat het moet of mag van iemand anders, en gecontroleerd de portiegrootte laten toenemen als ik niet genoeg aankom. Ik zou aankomen met weerzin, met als doel mezelf uit het behandeltraject te kunnen ontslaan. Geloof me, Anorexia heeft een bloedhekel aan de diëtist, en ziet dat moment tegemoet met paradoxaal ongeduld – om vervolgens weer een afvalregime in te zetten waarmee ik maximaal weeg wat ik momenteel weeg, liever nog 2 kilo minder. Ik ben me hier pijnlijk van bewust en heb in augustus uit zelfbescherming gevraagd wat er gebeurt als ik het streefgewicht haal – of ze me dan meteen niet meer begeleidt. Gelukkig was het antwoord dat ik pas ontslagen word als ik minimaal een half jaar op streefgewicht blijf. Oh, en ik ben dol op haar, ze is een fantastisch mens.

Ik zou niet écht herstellen.

Op deze manier probeer ik vooruit te komen terwijl ik tegelijk zoveel mogelijk op de rem sta. Het intrappen van de rempedaal gebeurt puur vanuit de ziekte, die ik daarmee dus onbedoeld handhaaf – hoe dapper elk nieuw of moeilijke soort eten ook van me is. Zoals Tabitha Farrar regelmatig zegt in haar blog en vlog (Youtube): “you can’t recover from a restrictive eating disorder by restrictive eating“. Heel simpel. Je kunt niet van een eetstoornis herstellen terwijl je het bijbehorende gestoorde eetgedrag met al haar compensaties, regels en beperkingen blijft handhaven. Het precies volgen van een eetlijst, en het niet méér dan het minimaal afgesproken aantal grammen per week willen aankomen en maximaal op streefgewicht en zeker niet zwaarder willen zijn – dat is óók het handhaven van je eetstoornis.

Het willen remmen komt niet vanuit mijzelf of mijn lijf. Die willen niks liever dan alle remmen los.

Ik wil gezond zijn, en streef naar een leven waarin ik alles eet waar ik zin in heb, wanneer ik wil. Niet ’s middags worteltjes knauwen omdat ik zo’n honger heb, maar al een plak ontbijtkoek bij de koffie gehad – maar verdorie nog zo’n plak als ik dat wil. Een nog dikkere. Met veel boter. En dat ik sport omdat het gewoon heerlijk is om te rennen met je haar in de wind en je gedachten los te laten. Maar niet omdat ik anders geen brood, pepernoten of chocola “mag”. Een leven waarin gewicht een betekenisloos, arbitrair getal is dat ik ter kennisgeving aanneem, zonder dat het een waanzinnige rekenmachine in werking zet in mijn hoofd. Of waarin ik de weegschaal naar de kringloop breng.

Mijn lijf wil een optimale gezondheid hebben en bepaalt zelf wel hoeveel ik daarvoor moet wegen. Daarvoor heeft ’t op dit moment een shitload aan eten nodig, want de afgelopen jaren heeft het de boodschap gekregen dat er hongersnood is. Lichamen zijn superslim – die doen er alles aan om te zorgen dat je daar niet aan doodgaat. Ze zetten je verbranding omlaag, waardoor je het sneller koud hebt en moe bent, en tot frustratie van anorexia niet superhard afvalt, ondanks je enorme inspanning daarvoor. Als het ernstiger wordt, stopt je cyclus met draaien, zodat je niet ook nog ’n kind zou moeten baren en zogen in hongersnood. Daarna gaat het zichzelf opeten, tot dat niet meer gaat óf tot er weer eten in komt. Gelukkig mag de neus daarbij als noodingang gebruikt worden. Eenmaal overtuigd dat er geen hongersnood meer is, moet de schade te hersteld worden, en de reserves aangevuld om weer tot optimale gezondheid te komen. Daarvoor heb je niet een beetje eten nodig, en ook niet hetzelfde als de gezonde medemens, maar grote berenportie, dag in dag uit, net zo lang tot dat optimum bereikt is. Om te zorgen dat de mens van wie dat lichaam is, al dat eten gaat eten, zendt het extra veel hongersignalen.

Hier ligt dus een keuze – ga ik toegeven aan die enorme berenhonger en die beantwoorden met deugdelijke vormen van eten (dat is dan ook echt de hele dag door eten, en geen slablaadjes), óf zal ik angstvallig blijven waar ik ben, omdat ik me amper kan voorstellen hoe enorm ik me ga voelen als ik nog meer aankom?

Een gedachte over “Summer 2020: stuck – “quasi-recovery”

Plaats een reactie