Onverhoopt toch alweer veel meer maanden verder dan gepland, en dit keer ook veel meer kilo’s. Superkorte samenvatting van deze blog – het gaat erg goed met mij. Het is een ingewikkeld gevecht, maar ik win. Vooral door los te laten.
Ik word op meerdere manieren begeleid in mijn ambulante traject, en ook al zijn die meerdere manieren zeker helpend en nodig – bij het verzamelen van mijn dagelijkse moed, heb ik ’t meeste aan een aantal volledig herstelde ervaringsdeskundigen die hulp verlenen via internet (met name youtube). Eén van mijn favoriete youtubers is Kayla Rose, een voormalig fitness-model, en ervaringsdeskundige op het gebied van restrictieve eetstoornisen. De titel van haar boek en website, “Damn the diets“, geeft wel aan hoe ze over voeding denkt. Het is heel simpel: als je volledig van een eetstoornis wil herstellen en nog lang en gelukkig wil leven, moet je zonder voorwaarden en restricties eten. Dus eten wat je (lichaam) wil, wanneer je (lichaam) wil, hoeveel je (lichaam) wil. Ook als dat Oreo’s als ontbijt zijn. Of twee lagen beleg op je brood. Of het hele brood. Je moet steeds gehoor geven aan je honger, vooral als die zich op andere manieren manifesteert dan fysiek – het constant bezig zijn met eten is ook een vorm van honger (mentale honger). Dit moet je net zo lang doen tot je lichaam hersteld is. Je doet dan in alles het tegengestelde van wat je gewend bent vanuit je eetstoornis te doen. Daarom werkt het. Daarom is het onwijs moeilijk. Daarom komen velen eerst in een fase van quasi- of semi-herstel terecht.
Voor volledig herstel moet je alles van je stoornis loslaten. Dat “alles” kun je zien als een soort regelsysteem, een grillig web van gewoontes, beperkte voedselkeuzes, eettijden, beweging, portiegroottes, manieren van compensatie voor “extraatjes” in je intake, en talloze vormen van “bodychecking”. Dat laatste zijn (vaak onbewuste) manieren om je omvang of gewicht in de gaten te houden, bijvoorbeeld door met je handen je bottigheid te voelen, je spiegelbeeld kritisch te bekijken, of bij het aankleden waar te nemen in hoeverre je kleding aansluitend is.
Ik schrijf “je” omdat het soms vreemd voor me is dat ik zelf zo’n textbook case van anorexia ben heb, want ik doe al die dingen ook, en nog wel meer dingen die ik liever niet opschrijf.
Ik bleef maanden hangen in quasi-herstel. Gewicht niet levensbedreigend laag, maar steeds een beetje heen en weer bewegend tussen net niet minimaal gezond en een paar kilo te licht. Om langzaam aan te komen zou ik steeds ietsjes meer dingen kunnen “toelaten” of ietsjes grotere porties kunnen nemen. Ik zou dan ogenschijnlijk volledig kunnen herstellen door in ministapjes op streefgewicht te komen, terwijl ik ondertussen gewoon 100% anorexia zou blijven houden. Want dat is wat ik zou doen, als ik m’n zelfbedachte en door de diëtist goedgekeurde eetregime blijf volgen, minimaal 250g per week aankom en dan langere tijd op gezond gewicht blijf. Het punt is: het gaat niet om gewicht. Het gaat om het blijven handhaven van eetgestoorde gedachten en gedragingen omdat je vanuit de ziekte bang bent voor het (snelle) aankomen, en wat er gebeurt als je niet doet wat je eetstoornis je ingeeft.
Uiteindelijk gaat het dus om het overwinnen van die angst, en daarvoor moet je eigen brein ervan overtuigen dat er géén gevaar is bij het eten van die dingen die je eigenlijk echt wil eten, wanneer je wil, zoveel je wil. Dat doe je uiteraard niet door een groot deel van het eten te blijven vermijden en via iets minder dodelijke eetregels beetjes aan te komen. Een eetlijst kan je vast over de eerste drempel van eten heen helpen. Zeker nadat ik 2 maanden alleen sondevoeding had gehad was het de enige manier om zo’n berg calorieen te eten. Op dat moment had ik het heel hard nodig dat iemand anders met mij een eetlijst opstelde. Dat gaf me een soort toestemming van buitenaf waarmee ik de eetstoornis tijdelijk kon overrulen. Maar het leidt niet tot echt herstel van de stoornis zoals die regeert in je hoofd – het redt “alleen” je lijf. Je overwint die angst óók niet door de strijd te verdelen in zulke mini-veldslagjes dat je jezelf al schouderklopjes gaat geven omdat je wel twee hele pepernootjes at – terwijl je continu genoeg honger hebt om ’n hele pakjesboot aan pepernoten te verorberen. Zoals Kayla het in één van haar vlogs zegt over blijven hangen in quasi-herstel:
You have to call bullshit on yourself. You need to go all-in.
Net zoals in het koude bad na de sauna. Niet bevend aan de kant eerst je grote teen er een paar maanden in gaan roeren en dan stapje voor stapje het trappetje af, tot je billen erin en dan snel weer terug gaan bij het eerste koude golfje tegen je buik. Nee, niet nadenken over de shock van de eerste kou op je huid – maar aan dat gevoel dat daarna komt, die tintelwarmte als je er weer uit gaat. Je moet erin springen met een plons.
In oktober was het een jaar geleden dat ik mijn werk moest neerleggen en 9 maanden sinds ik weer thuis was na de opname. Ik was een stuk gezonder op het oog, maar vanbinnen merkte ik dat de eetstoornis terrein begon te winnen. Dat is logisch: om op dat “comfortzonegewicht” te blijven moest ik steeds harder tegen mijn lichaam werken, want een lijf wil dat niet, en zal ook op een “ingehouden” menu gestaag blijven aankomen, door bijvoorbeeld het metabolisme laag te houden. Dan blijf je dus koud en moe en miserabel, EN te dik naar smaak van de eetstoornis. Er kwam een soort donker besef in me – ik had de keuze tussen wankelen op de glijdende schaal door steeds meer volgens de “veilige” eetstoornis te leven, of nu écht toe te gaan geven aan mijn lijf en haar los te laten.
Ik liet los. Teruggaan is geen optie.
Het is elke dag strijden. En het voelt als een enorme bevrijding – voor het eerst sinds mijn dieptepunt vorig jaar voel ik dat ik hier echt helemaal uit kan komen. Dat wil niet zeggen dat het me makkelijk afgaat, uiteraard kwamen de kilo’s er vanaf dat moment (begin oktober) een stuk sneller bij en moet ik zelf ook erg wennen aan het gevoel van “meer omvang”. Ik ben nog lang niet 100% vrij in mijn menu, maar er staan steeds meer verschillende “enge” dingen op, en ander voormalig griezeleten steek ik ondertussen zonder nadenken in mijn mond. De vrijheid zit vooral in het eten naar behoefte, waar ik mezelf toe dwing. Het is paradoxaal – ik moet mezelf steeds dwingen om die vrijheid te nemen. Ik weet geen andere manier.

