5 december 2019 kwam ik samen met Sinterklaas aan in Dennenoord, Zuidlaren.* Het begin van een veel langerdangedacht proces om te herstellen van anorexia. Nu het een jaar geleden is, komt er veel terug van die periode. Tijd om het een plek te geven.
Net als de meeste Nederlanders stond dit afgelopen weekend in het teken van de verjaardag van de Goedheiligman. Net als de meeste ouders-van-jonge-kinderen zijn wij opgelucht dat hij weer terug naar Spanje is vertrokken. En nu was ik soort van jarig. Met ’n lekkere cappuccino plus dikke plak koek (en vanavond pizza) vieren we dat ik vorig jaar niet doodging in de nacht van 7 op 8 december. 7 december was een zaterdag, en omwille van mijn jonge kinderen had ik een paar uur verlof van de kliniek gekregen. Met sonde en al mocht ik door mijn man worden opgehaald voor een paar uurtjes Sinterklaasfeest. Terwijl de kinderen door het dolle heen waren met de vele kado’s die Sint dat jaar als situatie-compensatie had meegebracht, voelde ik me elke minuut beroerder worden. Het hielp ook niet dat ik toen nog niet zo ervaren was met de sonde en de problemen niet kon oplossen als die ging piepen. Ik moest er veel bij drinken omdat de voeding nog zo weinig was en had vervolgens hulp nodig op de wc omdat ik met het apparaat zo onthand was. Genant. Eigenlijk vraag me nog steeds af waarom ik toestemming voor dat verlof gekregen heb, gezien de fragiele staat waarin ik verkeerde. Ik heb wel een vermoeden – ik heb dat waarschijnlijk zelf koppig bepleit en me zoals altijd veel sterker voorgedaan dat ik me voelde. Eenmaal terug in Zuidlaren kon ik alleen nog maar in foetushouding liggen en met een half oog naar Netflix kijken. Het kon me niet boeien, alles voelde alleen maar pijnlijk, zwaar en ver weg van mij.
Die nacht klopte mijn hart zo langzaam (zeg maar de helft van het normaal in rust) dat er steeds verpleging in mijn kamer was om controles te doen. Of die lage hartslag misschien nog steeds een “sporthart” kon zijn? Waarschijnlijk niet. Mijn lichaamstemperatuur was 35 graden en mijn bovenarm te dun voor de bloeddrukmeter. Ik had het ondertussen niet eens koud of warm meer, alle ‘sensaties’ die een mens via zijn huid ervaart waren vaag, dof, prikkelig en naar. Ik sliep ook niet echt, ik zweefde van halfdroom naar halfwakker. Maar rond 8 uur werd het licht.
Pas dagen later vertelde één van de verplegers dat ze m’n leven die nacht hebben gevreesd. En dat ze verbaasd waren hoe rustig ik zelf was.
Die ochtend bij de weging had mijn gewicht een nieuw dieptepunt bereikt. Die dag heb ik me nauwelijks kunnen verroeren maar kreeg ik wel bezoek van mijn kindjes, man, vader en schoonmoeder. Mijn zoontje kon ik niet op schoot hebben, mijn benen voelden alsof ze omwonden waren met prikkeldraad, en elke aanraking drukte de stekels er een stukje dieper in. Ik zag dat mijn vader gehuild had en steeds tranen in zijn ogen had als hij naar me keek, en mijn man eigenlijk helemaal niet naar me kon kijken. De maandag die volgde kon ik net een stukje over de gang lopen. “Kijk, ik kan best nog 10 meter lopen!”. Dat was weer zo’n irritant stoer grapje van mij naar de lieve verpleegster die mij naar de huisartsenpost verderop op het terrein moest brengen voor bloedafname en een ECG (hartfilmpje). Ze heeft nog hemel en aarde moeten bewegen om mij in een rolstoel te krijgen, een moment wat ik zelfs liet vastleggen omdat ik zelf niet kon geloven dat dat nodig was.
Ondanks alles wat ik in die eerste paar dagen bij de opname als feiten kon waarnemen, besefte ik zelf niet in wat voor toestand ik eigenlijk verkeerde. En al zeker niet dat ik 7½ december door het oog van de naald ben gekropen. Gezien mijn afmetingen misschien niet wonderlijk dat ik erdoorheen paste, maar voor de rest natuurlijk wel.
We zijn een jaar verder. En elke dag dankbaar dat ik er nog/weer ben.
*Ja, echt. Die ochtend nam ik afscheid van de kindjes die op school Sinterklaas vierden, en werd om 14:00 verwacht in de kliniek. Mijn man bracht me, mijn koffers stonden al weken klaar omdat het moment tussen het mij dringend overtuigen van de noodzaak van de opname en de opname zelf een onmogelijk lange stilte volgde vanuit de betrokken hulpverlenende instanties. Die stilte heeft me 5 kilo in 2 weken gekost, van nauwelijks meer kunnen staan tot zelf voor mijn leven vrezen. Aan de arm van mijn man ben ik die middag in de wachtruimte gaan zitten, toen we achter ons een soort van gezellig tumult hoorden. Hoewel ik toen echt geen idee meer had hoe mijn leven deze wending had kunnen nemen, wist ik wel dat ik het later – zoals nu – ontzettend geestig zou vinden dat ik gelijktijdig met de Sint bij mijn plek in de kliniek tussen de senioren arriveerde. Ik nam dus een foto om het niet te vergeten:


