Kroonjaar

2020: Corona-jaar. Het jaar dat ik 40 werd. Dit kon ik geruisloos doen, want die dag (12 maart) werd het land platgelegd. Ik had gelukkig ook geen feestje gepland, maar we hebben dat weekend nog wel een zelfgebakken taartje gegeten met mijn vader, dat “mocht” toen nog. Daarna lag het openbare leven opeens stil, en brak het kabaal thuis los. Drie schoolgaande kinderen gingen nu thuis naar school, mijn man combineerde projectmanagement met stofzuigen en vaatwassers inruimen, en vergaderde virtueel op onze slaapkamer (“wat een leuke oldtimer hangt er bij jullie aan de muur” – weten zij veel, onze zoon slaapt op onze kamer dus hij mocht iets kiezen). En oh ja, ik was natuurlijk nog lang niet hersteld. Ik stond nog maar net overeind, zelfs. Het ambulante traject waar ik net mee begonnen was, werd een digitaal traject met beeldbellen en zonder weegschaal. Tijd en energie om te bloggen had ik niet, dus ook dat kwam stil te liggen. Toen ik eind april op verzoek van de diëtist mijn eigen weegschaal afgestoft had, bleek mijn gewicht ook niet echt in beweging te zijn.

Ondertussen heb ik er weer wat aan weten te kweken, gaan de kinderen weer naar school en voel ik me stukken beter dan in maart. Maar ik ben er nog niet, nog lang niet. Het tijd voor een eind aan de stilte. Tijd om te schrijven en te delen, al is het maar voor “accountability”. Eetstoornissen houden nu eenmaal erg van geniepigheid en stiekeme dingen. Vanuit de stoornis is het helemaal niet erg om stilletjes op een veilig plateau te blijven steken en Corona als geldig excuus voor gebrek aan vooruitgang te zien. Maar voor mijzelf is dat niet goed, het is niet wat ik wil. Om minimaal gezond te zijn hoef ik nog “maar” 2,5 kilo, maar om echt tegen een stootje te kunnen – handig in tijden van een pandemie – moet er nog zeker 7 kilo bij. Pas dan ben ik op het streefgewicht dat ik in december 2019 overeenkwam met mijn behandelaars.

Ik had gedacht dat ik allang op dat gewicht zou zitten. Het is bijna een jaar geleden dat ik wist dat het de verkeerde kant op ging. Begin juli 2019 zat ik tot over mijn oren in het nakijkwerk, wat ik met blauwe handen op een stevig geairconditioneerde kamer deed. Mijn werk leidde fijn af van de honger, en de honger leidde weer af van de rouw om mijn moeder en nog wat onuitgepakte dozen die ik in mijn bovenkamer heb staan. Zolang ik steeds bezig was en veel bewoog ging dat eigenlijk wel. Maar de kou als ik stilzat kon ik steeds slechter verdragen en mijn collega’s kenden mij niet anders als “die veel van taal weet en altijd een grote mok hete thee bij zich heeft”. Ik klaagde over mijn kouwelijkheid tegen een vriendin via whatsapp, waarop zij me op de vrouw af vroeg of ik “veel kwijt was geraakt”. Ik wist precies wat ze bedoelde en het luchtte eigenlijk zo op dat zij het gesprek daarover opende. Ik antwoordde dat het minder eten en minder gaan wegen zo geleidelijk was gegaan dat ik de weg niet meer terug wist. Toen we afsloten omdat ik naar een les moest, schreef ze dat ik echt moest proberen om “wat meer warmte voor mezelf te maken”. Ze had het niet over kilo’s of calorieën, maar over warmte en voor mezelf zorgen. Dit raakte zó de kern dat ik er op dat moment niet meer omheen kon. Mijn anorexia was terug van weggeweest en ik moest hard op zoek naar een manier om uit de neerwaartse spiraal te raken. Ik had geen idee hoeveel zieker ik eerst nog zou worden. Het lijkt of ik juist vanaf dat besefmoment nog veel meer door de ziekte overmand werd, tot het punt waarop ik de dood in mijn lijf voelde rondwaren. Nu ik dit schrijf, weeg ik zo’n beetje wat ik woog toen mijn vriendin me er vorig jaar mee confronteerde. Omdat het deel van een opwaarts proces is, voelt het gelukkig een stuk minder koud.

Maar goed, tijd om de pen weer op te pakken. Door te schrijven kan ik de afstand tussen mijzelf en de stoornis groter maken, omdat ik mezelf dan terug kan lezen door de ogen van iemand anders. Heel wat mogelijke blog-posts hebben zich inmiddels opgestapeld in mijn rommelige bovenkamer, ik ga een inhaalslagje maken (zoveel mogelijk chronologisch). Bijvoorbeeld over de gele kaart die ik in mei kreeg van de diëtist, maar ook over de pluim die ze me vorige week gaf omdat ik eindelijk wat aan was gekomen. Over hoe fijn het is om me elke dag weer meer mezelf te voelen, energie te voelen en steeds verder af kom te staan van die flinterdunne schim-versie van mij die ik was in december vorig jaar. Over gevoelens van “dikker” worden die daar dan weer tegenover staan. Over de dagelijke winstjes die hopelijk 2020 alsnog tot het jaar van overwinning zullen maken – want het is hoe dan ook mijn kroonjaar.

Een gedachte over “Kroonjaar

Geef een reactie op booksometea Reactie annuleren